The test of a first-rate intelligence is the ability to hold two opposing ideas in mind at the same time and still retain the ability to function.

— F. Scott Fitzgerald (1936)

Nieuwe tijden, nieuwe methoden

Vanuit De Filosofietuin ontwikkel ik momenteel Paradox, een methode met filosofie als ingang voor 21e-eeuws verrijkingsonderwijs dat kinderen op onze huidige, steeds sneller veranderende samenleving voorbereidt. Paradox bestaat uit een structureel jaarprogramma van 10 lessenreeksen waarin telkens in 4 samenhangende lessen een bepaald thema vanuit verschillende invalshoeken wordt bekeken. In de lessen wordt al ‘filosoferend’ gewerkt aan het ontwikkelen van hogere orde denkvaardigheden, zoals kritisch analyseren, argumenteren, discussiëren, creëren en schematiseren (mindmappen).

Wat is de kracht van ‘paradoxaal denken’?

Paradox schoolt kinderen in een manier van problemen benaderen en oplossen die zowel een beroep doet op logisch, analytisch denken als op creatief, lateraal denken. Zo leren kinderen om de wereld met een open blik te bekijken die in het streven naar ordening ook ruimte laat voor onzekerheid. Kennisvermeerdering berust daarbij niet eenzijdig op het vinden van bevestigingen, maar boekt ook vooruitgang door het bevragen van vanzelfsprekendheden, het zoeken naar tegenspraakproblemen (die weerleggingen vormen voor ‘vastgeroeste’ inzichten) en het overbruggen van (ogenschijnlijke) ongerijmdheden en tegenstellingen.

Zo’n denkstijl kan verrassende inzichten opleveren, zoals de ‘veiligheidsparadox’, waarbij wetenschappers bijvoorbeeld tot de ontdekking kwamen dat minder verkeersborden plaatsen (soms) leidt tot meer in plaats van minder veiligheid (simpelweg omdat een ‘gevaarlijke’ omgeving mensen oplettender maakt en zo leidt tot een stijging van het aantal ongelukken).

Zie ook presentatie ‘Grote Vragen voor kleine kinderen’: filosoferen met kinderen op de basisschool – hoe en waarom?.