Les 3. Kunnen we robotmensen bouwen?

[Versie van 28-11-2017.]

Materialen

Lesopbouw

Verkenning (15 min)

  • Vraag. Steek je hand omhoog als je dacht de vrouw op de eerste dia geen robot maar een mens was. Dit was dus een voorbeeld van een mensachtige robot – een wezen dat we ook wel een androide noemen.

Waar hadden we het de vorige lessen ook al weer over?

Wat bedoelen we met ‘menselijk’? We gaan nu kijken naar het animatiefilmpje Rubbish Robot. Dat filmpje gaat over een soort van robot die is gebouwd uit onderdelen die zijn opgevist uit een vuilnisman. Wat uiterlijk betreft lijken de robots uit dit filmpje maar een klein beetje op mensen. Toch vertonen deze robots wel menselijke eigenschappen. Vraag aan jullie tijdens het kijken. (1) Welke voorbeelden van denken herken je? (2) En welke voorbeelden van voelen?

 Wat is programmeren?

Opdracht A: kraak de code!

Om te snappen wat programmeren is, geef ik jullie eerst een opdracht waarbij je zelf ervaart hoe programmeren in zijn werk gaat.

Missie

  • Jullie zijn ‘pieten’ die leven op Pepernoten Planet
  • Om te overleven moeten jullie regelmatig pepernoten eten…
  • Als jullie binnen 5 minuten de code kraken, dan krijgen jullie van mij weer nieuwe pepernoten
  • Pieten van Pepernoten Planet kunnen prima samenwerken
  • Succes!

De code

8-1-12-12-15

9-11

2-5-14

18-15-2-15-20

18-21-21-4

Aanwijzing (als kinderen na 1 minuut niet verder komen)

  • Programmeren betekent dus dat mensen aan computers hele nauwkeurige regels geven hoe die computers bepaalde gegevens moeten verwerken.

Voorbeelden

  • Als 1 (invoeren). Dan A (uitvoer).
  • Als 2 (invoer). Dan B (uitvoer).
  • Als 1+1 (invoer). Dan 2 (uitvoer).
  • Als 10000000 x 1000000 (invoer). Dan 1000000000000 (uitvoer).

 

  • De voorbeelden die ik jullie gaf, gaan alleen over als-dan-redeneringen waarmee computers kunnen rekenen. Maar computers kunnen meer dan alleen rekenen. Hoe computers dat doen, zal ik nu nog niet bespreken.
  • Als mensen denken dan doen zij dat deels net zoals computer. Ook mensen gedragen zich tot op zekere hoogte volgens zulke regels. Voorbeeld. Als het regent, dan trek ik mijn regenjas aan.  De invoer is dan: het regent. En de uitvoer is dan: ik trek mijn regenjas aan. Jullie zullen begrijpen dat zo’n regel voor wat mensen meestal doen als het regent, slechts een korte samenvatting is van hun onderliggende gedachten. Die gedachten zijn bijvoorbeeld: als het regent dan word ik nat, ik wil niet graag nat worden, als ik een regenjas aantrek dan word ik niet nat, dus ik trek en regenjas en daardoor word ik niet nat. Tussen invoer (regen) en uitvoer (regenjas aantrekken) zitten dus al heel veel tussenstappen.

Verdieping

In het kort eerst even de geschiedenis van de computer

  • Mechanische rekenmachine (1642). Kon optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.
  • Elektrische telmachine (1890). Kon in 1 jaar tijd 63 miljoen kaartjes tellen met daarop de gegevens van alle inwoners van de Verenigde Staten. Voor de vorige volkstelling (van 1890) waren nog 7 jaren nodig.
  • Elektrische computer (1946). Kon binnen 1 seconde 5.000 optelsommen maken. Was maar liefst 24 meter lang en 2,5 meter hoog.
  • Schaakcomputer ‘Deep Blue’ (1997). Voor het eerst werd de wereldkampioen schaken verslagen door een computer.
  • Kennisvragen-quiz-computer ‘Watson’ (2011). De twee beste spelers van de Amerikaanse kennisvragen-quiz Jeopardy! werden verslagen door een computer.

Zullen computers ooit kunnen denken als mensen?

Wetenschapper Alan Turing (1950): ‘ja, ooit zullen computers kunnen denken als mensen’

  • Alan Turing (1912-1954) was een Engelse wetenschapper, wiskundige en hij wordt wel gezien als de uitvinder van de moderne computer.
  • We gaan nu kijken naar de trailer van The Imitation Game, de film die over het leven van Alan Turing is verschenen.

  • Het Nabootsingsspel. Ook wel bekend als de Turing Test. Bij dit gedachte-experiment stelt Turing niet de vraag ‘kunnen computers denken?’, maar de vraag ‘kunnen we computers bouwen die zo slim zijn dat mensen niet meer het verschil kunnen opmerken tussen een mens en een computer’. Dus als we computers kunnen bouwen die het denken van mensen zo goed nabootsen dat we het verschil tussen die computers en mensen niet meer doorhebben, dan kunnen we net zo goed zeggen dat die computers kunnen denken. Maar: hoe test je of een computer een mens kan nabootsen? Als je naar het uiterlijk kijkt van de mens en van de computer, dan zie je toch meteen wie de mens is en wat de computer? Maar volgens Turing zou het ‘flauw’ zijn om op grond van het uiterlijk het verschil te bepalen. Daarom ontwikkelde Turing een gedachte-experiment waarbij je een gesprek voert met ‘iemand’ in een andere kamer.
  • Het gedachte-experiment gaat als volgt. Stel jij zit in de koffiekamer en in de bibliotheekruimte van de school zit ‘iemand’ anders waarmee jij een gesprekje gaat voeren. Jij stelt dan bijvoorbeeld de vraag: ‘Hoe heet jij?’.
  • Opdracht B: kan de computer jou doen geloven dat het een mens is? We spelen nu eerst het originele gedachte-experiment na zoals Alan Turing dit voorstelde. Ronde 1. Twee leerlingen gaan met de Siri-computer naar de bibliotheekruimte met 2 vragen. De ene leerling krijgt de rol van ‘vragenbeantwoorder’. De andere leerling krijgt de rol van ‘boodschapper’. De boodschapper doet niets anders dan het antwoord op de vraag op een briefje schrijven en weer terug naar de koffiekamer brengen. De vragenbeantwoorder beslist of hij of zij zelf de vraag gaat beantwoorden of dat hij of zij de vraag aan de Siri-computer stelt. Nadat de opschrijver het antwoord op de vraag op een briefje heeft geschreven, gaat de opschrijver terug naar de overige leerlingen in de koffiekamer. Die leerlingen lezen het antwoord op het briefje. Ik tel 1-2-3… en dan steken deze leerlingen hun hand omhoog als ze denken dat het antwoord is gegeven door de Siri-computer. De opschrijver draait vervolgens het briefje met het antwoord om, zodat de leerlingen in de koffiekamer kunnen zien of het antwoord afkomstig was van de mens of van de computer.

Filosoof John Searle: ‘nee, nooit zullen computers kunnen denken als mensen’