Prometheus – methodiek voor een 360°-curriculum

Zie de informatiebrochure van De Filosofietuin voor een PDF-versie van de onderstaande webtekst.


To see a world in a grain of sand / and heaven in a wild flower / hold infinity in the palm of your hand / and eternity in an hour

 – William Blake (Auguries of innocence, 1803)

WAT IS DE FILOSOFIETUIN?

De Filosofietuin is een nieuwe educatieve aanbieder van 21e-eeuws, vakoverstijgend denkvaardigheidsonderwijs voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Met een curriculum van ‘Grote Vragen voor kleine kinderen’ maken leerlingen uit groep 4 tot en met 8 spelenderwijs kennis met de leukste, leerzaamste en lastigste vragen die de mensheid zich al sinds het begin der tijden op het snijvlak van filosofie, kunst & wetenschap stelde. Met een pakket van afwisselende en uitdagende lessen kan De Filosofietuin een aanvulling of invulling vormen voor uw lespraktijk en schoolcurriculum, onder en ná schooltijd. Denk aan gastlessen, projectweken of een doorlopende, overkoepelende denkvaardigheidslijn of integrale naschoolse opvang. Voor reguliere klassen, ‘plusklassen’ en HB-leerlingen. Lees in deze brochure meer over mijn onderwijsconcept en maak desgewenst op de bijgevoegde menukaart uw keuze.

WAAROM DE FILOSOFIETUIN?

In A more beautiful question (2014) beschrijft de Amerikaanse journalist Warren Berger hoe vragen de motor achter menselijke vooruitgang vormen. En dat des te meer in een wereld waarin we steeds verder in een zee vol (des)informatie dreigen te ‘verzuipen’. Een troebele zee aan Google-gegevens van feiten, ‘alternatieve feiten’, vooroordelen, meningen, misvattingen, nepnieuws, ‘domme’ data en (regelrechte) leugens. Juíst dan is het de kunst om de juiste vragen te (blijven) stellen. In Silicon Valley geldt zodoende intussen de wijsheid dat questions are the new answers’.

Maar ook in het Amerikaanse onderwijs komt de kunst van het vragen stellen opnieuw in beeld als krachtige bron van kennis. Bovenal omdat onderzoek uitwijst dat van het aanvankelijke vragenvuur van een gemiddelde 4-jarige (zo’n 73 vragen per dag) aan het einde van de schoolloopbaan nog slechts een waakvlammetje rest. En zo is de voornaamste les van Socrates – filosoof & onderwijzer – na dik tweeduizend jaar ineens weer springlevend. ‘Laat vragen het curriculum vormen!’.

De kritiek dat een traditioneel curriculum de werkelijke vragen van kinderen ondergeschikt maakt en dat de school het kind als het ware in een kooitje opsluit, is niet van gisteren. In de negentiende eeuw waarschuwde de Engelse dichter Blake al dat het formele onderwijssysteem het aanvankelijke vragenvuur in amper een ochtend kon doven.

In The schoolboy (1789) dichtte Blake:

But to go to school in a summer morn / O! it drives all joy away / Under a cruel eye outworn / The little ones spend the day / In sighing and dismay. […] How can the bird that is born for joy / Sit in a cage and sing / How can a child when fears annoy / But droop his tender wing / And forget his youthful spring?

‘WE DIDN’T START THE FIRE…’

Volgens bioloog Midas Dekkers (2006) ‘vermoordt’ ons huidige onderwijssysteem óók nú nog altijd de jeugdige nieuwsgierigheid.

Je krijgt er antwoord op vragen die je je nooit gesteld hebt en met de echte vragen blijf je zitten tot het vlammetje flakkert en dooft.

Dat is mijns inziens wat stellig, maar ingefluisterd door ouders en overheid ligt de nadruk bij sommige scholen inderdaad eenzijdig op beheersing van taal en rekenen. Op kennis die als need to know in plaats van als nice to know als verplichte kernstof wordt voorgeschreven.

Dit evenwel zonder stil te staan bij de efficiëntie en effectiviteit van een curriculum waarin de vakken als vrachtwagens af en aan rijden om de kennis als bakken zand over de hoofden van de kinderen leeg te kiepen in de (vermoedelijke) veronderstelling dat er later toch wel iets van al die ontelbare zandkorreltjes in die kinderhoofdjes zal moeten achterblijven. Een curriculum kortom waarin kinderen geforceerd een hoop onsamenhangende feiten onthouden. In plaats van een curriculum waarbij kinderen gefascineerd raken door een wereld vol betekenissen die ze niet weldra weer zullen vergeten, zoals Frum van Egmond met passie poneert in haar TED-talk How to teach children to discover our world.

In de Griekse Oudheid stal halfgod Prometheus, ‘de voortuitdenkende’, het vuur weer terug van oppergod Zeus. Prometheus wilde de mensen kennis bijbrengen en ze voeden met de verwondering, verbazing en vragen waarmee ze steeds meer over de wereld te weten zouden komen. Zeus strafte de stoutmoedige Prometheus streng. Maar het vuur van verwondering, verbazing, vragen, verandering, vernieuwing en vooruitgang bleef voor de mensheid branden. Alleen vandaag de dag is het niet langer Zeus die het vuur niet toevertrouwt aan de mensen, maar zijn het de volwassen – en niet in de laatste plaats leerkrachten – die de kinderen al gauw het verlangen ontnemen om ook zélf vragen te stellen. Vaak nemen ze eenzijdig hun toevlucht tot vragen die (welbeschouwd) geen werkelijke vragen zijn, omdat de leerkracht het antwoord natuurlijk al lang weet en de vraag slechts fungeert als check en controle op het adequaat kunnen memoriseren en repliceren van vaststaande kennis.

Maar waarom eigenlijk? Is het ‘vragenvuur’ werkelijk te gevaarlijk om aan tere kinderzieltjes en onvoorzichtige kinderhandjes toe te vertrouwen?

Flauwekul volgens mij. Daarom ontwikkel ik vanuit De Filosofietuin momenteel Prometheus: een nieuwe methodiek voor het primair onderwijs dat de basis vormt voor een integraal (al dan niet additioneel) curriculum van ‘Grote Vragen voor kleine kinderen’. Waarbij verrassende vragen en niet voorspelbare – netjes in vakken verpakte – vaste antwoorden het vertrek- én eindpunt vormen van leren.

PROMETHEUS

Prometheus is een nieuwe methodiek voor het primair onderwijs die leerlingen niet zozeer voorbereidt op de vraagstukken van vandaag als wel van mórgen. Prometheus geeft kinderen het ‘vragenvuur’ geleidelijk weer zelf in handen, zodat het verlangen naar antwoorden op zelfgestelde vragen hun leven blijft branden. Niet door met louter vraaggericht onderwijs te verwachten dat kinderen hun vermogen tot vragen stellen als vanzelf ontwikkelen. Wél door als leerkracht met vraaggestuurd onderwijs kinderen ook systematisch te scholen in de kunst van het verder kijken, verwonderen, verbazen en vruchtbaar stellen van vragen.

Prometheus – de ‘vooruitdenkende’

Prometheus biedt basisscholen de theoretische én de praktische tools voor het ontwikkelen van een integraal denkvaardigheidscurriculum. Dit volgens de leertheoretische beginselen van socratisch (Socrates), exemplarisch (Wagenschein) en expressief onderwijs (Plato). Met een uitgekiende mix van leren door vragen (queestes), door veelzeggende voorbeelden (exempels) en door vergelijkingen (metaforen) & verhalen (mythen).

Prometheus is een methodiek die bestaat uit twee methoden:

1. Paradox! is een integrale, 21e-eeuwse methode die leerlingen systematisch schoolt in denkvaardigheden

Met complex en contextrijk educatief materiaal dat de mentale flexibiliteit van 360°-denken ontwikkelt, bekwamen leerlingen zich in een evenwichtig gebruik van kritische, creatieve én dialogische vaardigheden. Leerlingen leren om niet te denken in zelfbevestigende ‘Facebook-bubbels’, maar om actief ‘tegenspraakproblemen’ te zoeken en zich daar constructief tegenover te verhouden. Om in de geest van de Britse filosoof en democratische denker Karl Popper (ogenschijnlijke) ongerijmdheden vruchtbaar te synthetiseren tot nieuwe ‘werkhypothesen’. En te beseffen dat kennis nooit meer kan zijn dan voorlopige kennis (‘het enige dat ik weet is dat ik niets kan weten’ in de woorden van Socrates). Alsook in te zien dat zulke voorlopige, voortdurend in verfijning zijnde wereldopvattingen niet alleen twijfel voeden, maar juist ook ruimte scheppen voor innovatie en democratische dialoog in een steeds meer dynamische en diverse maatschappij.

‘Janusiaans’ denken – de mentale flexibiliteit van 360°-denken die het mogelijk maakt om meerdere perspectieven tegelijkertijd in ogenschouw te nemen.

2. Socrates 2032 is een methode waarmee leerkrachten zich via een professionaliseringstraject op maat in methode Paradox! kunnen verdiepen en bekwamen

Vaak hoor ik van leerkrachten dat ze het stellen van ‘goede vragen’ lastig vinden. Onderzoek onderbouwt inderdaad hoe ingewikkeld het is om kritisch en creatief denken te onderwijzen. Een recent verschenen rapport van het Kohnstamm Instituut onderstreept bovendien hoezeer het Nederlandse onderwijsstelsel – ook internationaal gezien – daarmee worstelt. Leerkrachten blijken onvoldoende voorbereid om hun leerlingen het diepere, hogere-orde-denken effectief bij te brengen.

Socrates (469-399 v.Chr.) – filosoof & onderwijzer.

Wat bovenal ontbreekt zijn curricula en didactieken die het ontwikkelen van vaardigheden op een natuurlijke manier in de lesstof verweven. Het blijkt namelijk buitengewoon ineffectief om brede, generieke vaardigheden los van tot de verbeelding sprekende inhouden aan te bieden. Veel krachtiger is het om deze vaardigheden te onderwijzen binnen specifieke, authentieke en daarmee betekenisvolle contexten.

Binnen Socrates 2032 maken leerkrachten nader kennis met methode Paradox! als een vorm van betekenisvol onderwijs waarbij het verkennen van grote, vakoverstijgende vragen het vehikel vormt voor het ontwikkelen van vakoverstijgende denkvaardigheden. Ik geef uw schoolteam inzicht in mijn theoretische principes en praktische technieken. Ik laat zien hoe ik een open houding, verwondering, nieuwsgierigheid, redeneervermogen en verbeeldingskracht bij leerlingen ontwikkel. Ik laat zien hoe ik leerlingen (filosofisch) laat ervaren en experimenteren. En ik laat zien wat daarbij de motiverende, oriënterende en faciliterende functie is van open vragen die niet slechts één, maar meerdere mogelijke antwoorden toelaten en die daarmee het (durven) verder denken van leerlingen op een hoger plan brengen.

  • Hoe prikkel je leerlingen tot kritisch en creatief denken?
  • Hoe stel je verrassende vragen met open antwoorden die onder je leerlingen een levendige discussie uitlokken?
  • Hoe leg je verbanden niet alleen bínnen, maar vooral ook tússen vakken?
  • Maar ook: hoe voorkom je dat meer vrije denkruimte ontaardt in rommelig verlopende lessen? Oftewel: hoe vind je ‘gulden middenweg’ tussen chaos en controle?
  • Hoe maak je als school de omslag van een traditionele, gesloten antwoordcultuur naar een meer open, 21e-eeuwse vraagcultuur?
  • Kortom: hoe laat je kinderen uitgroeien tot verrassende vragenvuurders in plaats van tot automatische antwoordmachines?! !

Binnen methodiek Prometheus staat ‘filosoferen’ voor een breed scala aan leeractiviteiten die het hogere-orde-denken van Bloom bevorderen. Filosoferen staat daarmee voor een lespraktijk die kritisch, creatief en dialogisch denken van leerlingen waardeert en verder ontwikkelt. Die kinderen geleidelijk laat groeien in het zich verhouden tot en het oplossen van complexe, 21e-eeuwse vraagstukken. ‘Filosoferen’ vormt daarbij als centrale activiteit het cement dat het curriculum verbindt tot een stevig bouwwerk dat meer is dan de optelsom van losse bakstenen, laat staan betekenisloze zandkorrels.

HOE ‘FILOSOFEREN’ KINDEREN BIJ DE FILOSOFIETUIN?

Spelend leren en lerend spelen

Als ‘filosofiemeester’ laat ik hersenen ‘knetteren en kraken’. Met: uitleg, opdrachten, (gedachten)experimentjes, testjes, quizjes, animatievideo’s, filmpjes van wetenschappelijke experiment, verhalen en mythen (van Prometheus & Pandora tot Adam & Eva’s appel tot Steve Jobs’ Apple). Met open vragen prikkel ik flexibel, kritisch, creatief, logisch en ethisch denken. Bijvoorbeeld: hoe krijgt deze chimpansee de pinda uit dit dunne buisje?. Of: zou jíj dit speciale pepermuntje opeten als dat je 24 uur lang oneindig slim zou maken…?.

Creative challenges

Bovendien laat ik leerlingen met overkoepelende, kunstzinnige opdrachten de stof niet alleen cognitief, maar ook creatief verwerken. Met moderne, multimediatechnieken (zoals iPads, animatie-apps en QR-codes) vertalen ze abstracte filosofische en wetenschappelijke concepten naar concrete, kunstzinnige eindproducten. Bijvoorbeeld: een stop-motion-filmpje dat een gedachtegang uitwerkt als wat als onze juf of meester vannacht in de fabriek voor een robotjuf of robotmeester was verwisseld …?.

PARADOX!: MENUKAART

Met deze menukaart kunt u een keuze maken binnen mijn actuele aanbod van minicursussen. Elke minicursus vormt een samenhangende lessenreeks van 4-6 lessen van 60 minuten. Mijn reguliere uurtarief bedraagt €50 per uur (btw inbegrepen). In sommige gevallen kan ik uw school een aantrekkelijke korting geven. Bijvoorbeeld afhankelijk van de mogelijkheden die er in de omgeving van uw school zijn om ook een naschoolse afdeling van Filosofieclub Junior te starten.

De presentaties bij de lessen van Minicursus 01: Wat maakt de mens zo bijzonder? heb ik vrij toegankelijk beschikbaar gesteld. Klik op de links en bekijk of download de PowerPoints op SlideShare.net.

Minicursus 01. Wat maakt de mens zo bijzonder?

  • Kennismaking en inleiding.
  • Les 1. Kunnen dieren denken?
  • Les 2. Kun je echte vrienden met je huisdier worden?
  • Les 3. Kunnen we robotmensen bouwen?
  • Les 4. Willen we de mens blijven ‘verbeteren’?
  • Creative challenge. Vertel het verhaal van de mens in stop motion!

Minicursus 02. Is dat nou kunst?!

  • Les 1. Wat is kunst?
  • Les 2. Waarom is een kopie geen kunst?
  • Les 3. Kun je ook kunst maken met een pot pindakaas?
  • Les 4. Wanneer, waar en waarom ontstond kunst?
  • Les 5. Wat gebeurt er in je brein bij het genieten van een kunstwerk en wat bij het genieten van een Big Mac?
  • Les 6. Hoe inspireerde de natuur en de wiskunde de Spaanse architect Antoni Gaudí tot de bouw van de Sagrada Familia (in 2026 na 144 jaar eindelijk gereed en straks de hoogste kerk ter wereld)?
  • Creative challenge. Kook je eigen kunstwerk!

Minicursus 03. Wat betekent verandering voor jou?

  • Les 1. Wie heeft mijn kaas gepikt?
  • Les 2. Waarom verdween de mammoet in Nederland?
  • Les 3. Waarom verdween in mijn dorp de basisschool, de bushalte en de bakker?
  • Les 4. Is een schip nog hetzelfde schip als je alle planken zou vervangen?
  • Creative challenge. Levend verleden aan de waslijn!

Minicursus 04. Man/vrouw: wat is ‘normaal’?

  • Les 1. Waarom dragen meisjes roze en jongens blauw?
  • Les 2. Waarom spelen meisjes met LEGO Friends en jongens met LEGO Star Wars?
  • Les 3. Usain Bolt vs. Daphne Schippers: rent een man altijd harder dan een vrouw?
  • Les 4. Besjes en beestjes: was de taakverdeling in de oertijd simpelweg een kwestie van spierkracht?
  • Les 5. Over luizenmoeders, pappadagen en de afwas die niet af was: wie doet wat?
  • Creative challenge. Ontwerp een kledingstuk voor jongens én meisjes!

Minicursus 05. Hoe maak je een goede grap?

  • Les 1. Wat is een goede grap?
  • Les 2. Kun je leven zonder te lachen?
  • Les 3. Hoe kun je huilen van het lachen?
  • Les 4. Zijn er grenzen aan een grap?
  • Creative challenge. Verzin je eigen filosofische stand-up-comedian-act!

Minicursus 06. Wie krijgt wat en wat geeft dat?

  • Les 1. Hoe kan het dat het aantal ‘superrijken’ – dat samen evenveel geld bezit als de armste 3,5 miljard mensen – intussen met gemak in een 8-persoons-minibusje past?
  • Les 2. Verdient een bankier meer dan een vuilnisman?
  • Les 3. Als je veel speelgoed hebt, ben je dan gelukkig?
  • Les 4. Waarom kopen als je ook kan delen of ruilen?

Minicursus 07. Wat is waar?

  • Les 1. Weet de man die terugdenkt aan zijn droom waarin hij een vlinder werd wel zo zeker dat hij niet eigenlijk een vlinder is die nu droomt dat hij een man wordt die terugdenkt aan zijn droom waarin hij een vlinder werd?
  • Les 2. Het is 12 uur als Freek op de klokt kijkt en zegt ‘het is 12 uur’, maar hij weet niet dat die klok al een week lang toevallig op 12 uur stilstaat: is wat hij zegt dan wel waar?
  • Les 3. Waarom kun je niet bedrogen worden door een illusionist, maar wel door een charlatan?
  • Les 4. Het staat in de krant, dus klopt het?

Minicursus 08. Hoe logisch is dat?

  • Les 1. ‘Ik lieg altijd’ lachte de leugenaar…?
  • Les 2. Heeft elk gevolg een oorzaak?
  • Les 3. Als je van me hield, dan zou je met me naar de film gaan. Je gaat niet met me naar de film, dus weet ik dat je niet van me houdt. Wat is er mis met deze gedachtegang?
  • Les 4. Een demagoog ontmaskeren, hoe doe je dat?

Minicursus 09. Wat als je de baas over de tijd was?

  • Les 1. Kunnen we tijdreizen?
  • Les 2. Hoe kan het dat als je lol hebt dat de tijd dan sneller gaat?
  • Les 3. Werkten jagers en verzamelaars werkelijk slechts enkele uurtjes per dag?
  • Les 4. Waarom was vroeger alles beter als je het aan oudere mensen vraagt?

Minicursus 09. Wat zijn Big Data?

  • Les 1. Waarom betaal je voor een brood bij de bakker, maar gebruik je ‘gratis’ social media?
  • Les 2. Waarom zijn volgens Silicon Valley antwoorden van steeds geringer belang?
  • Les 3. Wat mag jouw school van jou allemaal weten over jou?

Minicursus 10. Wat is taal allemaal?

  • Les 1. Kan iets bestaan als er geen woord voor was?
  • Les 2. Kun je zeggen ‘dat er een harde wind staat’?
  • Les 3. Waarom leren kinderen die opgroeiden tussen de wilde dieren op latere leeftijd meestal geen mensentaal meer?

Noot

Mijn lessen verschillen in moeilijkheid en gevoeligheid. Weliswaar zijn kinderen vaak al vroeg geboeid door maatschappelijke verhoudingen als arm–rijk of man–vrouw. Maar een beter begrip van complexe thema’s vereist soms meer sociale, culturele, historische of technische voorkennis. Voor de doelgroep passende programma’s aanbieden, is maatwerk. Vaak kan een thema, zoals de verhouding man-vrouw, met simpelere lessen alvast worden verkend. Bijvoorbeeld met de les Waarom spel en jongens met LEGO Star Wars en meisjes met LEGO Friends?. Daarin bekijken leerlingen een compilatie van enkele decennia aan LEGO-reclamefilmpjes en voeren ze daarna een socratisch klassengesprek over nut, noodzaak, voordelen en nadelen van speciaal speelgoed voor jongens en voor meisjes.